De magie van de natuur laat zich weer mooi zien in het voorjaar. De vroege bloesems van de amandel, de pruim en de kornoelje geven weer kleur aan het romantische voedselbos dat nu vooralsnog in met name lichtbruine kleuren van vergane luzerne en klaver is gehuld. Frisgroen gras popt hier en daar op. Omdat het gras niet meer gemaaid wordt, verandert het van een ‘grasdekentje’ naar groene (b)polletjes. Dit maakt dat pioniersplanten meer kans krijgen om zich te vestigen in de stukjes grond die meer open komen te liggen. En dat is weer goed voor de bodemverbetering.

Tijdens mijn schouw een paar weken geleden werd ik meerdere malen overrompeld door de enorme groei van bepaalde soorten. De olijfwilg bijvoorbeeld, of de walnoten die goed in de luwte staan. Wat een groeipower! En dan mijn favoriet de honingbes, ik vertelde hier al eerder over. Deze staat nu voor de eerste keer in bloei! We gaan als het meezit met de bestuiving dit jaar dus de eerste eigen honingbessen proeven. Deze plant heeft trouwens geen haast. Zo geen haast dat ik me er een beetje zorgen over begon te maken. Zeker toen de bladen er in augustus vorig jaar gelig uit zagen. Grappig hoe iedereen hier dan het zijne over denkt: Niet geschikt voor deze grond, grond heeft tekort aan magnesium, het is te droog geweest enz. enz. Het goede antwoord kwam van Wouter van Eck: De zomers in Siberie duren niet zo lang. Daarom bloeit het plantje vroeg, zodat hij weer op tijd, in augustus dus, zijn winterslaap kan starten.

Andere planten in het voedselbos hebben weer hun eigen ritme. Zo proberen we uiteindelijk met de keuze van de voedselbosplanten om het hele jaar door iets in bloei te hebben staan en iets te kunnen oogsten. Dat maakt dat elke wandeling door het voedselbos een avontuurtje is: wat is er voor de bij bij en wat voor mij. 🙂

Dit blog is geschreven door Anje.